Targets worden vooral gebruikt om ergens de aandacht van het dier op te richten. Het gebruik van targets voorkomt dat het dier moet gaan gissen en het versnelt daarmee het leerproces.
Targets hebben vier belangrijke functies:
Er zijn drie basis targets:
Het gebruik van targets zorgt er voor dat u uw dier niet voortdurend met voer in positie hoeft te lokken. Het werken met een targetstick of station maakt het zelfs mogelijk om op afstand van het dier te trainen. Dat kan belangrijk kan zijn bij bepaalde oefeningen of als uw dier bepaald probleemgedrag vertoont.
Bij het aanleren van het ‘targetten’ is het belangrijk dat uw dier niet alleen leert om contact te maken met elke target die u gebruikt, maar ook om dit contact in stand te houden zolang u trainer dit wil. Dit bereikt u met behulp van de bridges.